Wet verhoging pensioenleeftijd aangenomen door Tweede kamer

Op 7 februari jl. heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel tot verhoging van de pensioenleeftijd, verhoging van de AOW en flexibilisering van de ingangsdatum van de AOW. Op grond van het wetsvoorstel gaat in 2014 de pensioenrichtleeftijd van 65 naar 67. In 2020 gaat de AOW-leeftijd naar leeftijd 66. 
Op 10 juni 2011 is tussen het Kabinet en de sociale partners het Pensioenakkoord gesloten. Naar aanleiding van het Pensioenakkoord is dit wetsvoorstel tot stand gekomen. Op 7 februari jl. heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel. 

AOW
In 2020 gaat de AOW-leeftijd omhoog van 65 jaar naar 66 jaar. Ook wordt de AOW-leeftijd afhankelijk gemaakt van de levensverwachting. In 2014 wordt voor de eerste maal getoetst of de AOW-leeftijd omhoog gaat. Is de uitkomst van de door de wet gegeven berekening dat de AOW-leeftijd inderdaad met een jaar stijgt, dan treedt deze stijging elf jaar later in werking. In 2014 weten we dus of in 2025 de AOW-leeftijd naar leeftijd 67 gaat. Naast een verhoging van de AOW-leeftijd, wordt de ingangsdatum van de AOW-uitkering meer flexibel gemaakt. Het is mogelijk de AOW-uitkering maximaal twee jaar eerder, maar niet eerder dan vanaf leeftijd 65, te genieten. De AOW-uitkering wordt dan verlaagd. Ook uitstel met maximaal vijf jaar gerekend vanaf de pensioengerechtigde leeftijd – in 2020 dus tot maximaal leeftijd 72 – is mogelijk in ruil voor een verhoging van de AOW-uitkering. Vervroegen of uitstel mag voor een gedeelte van de uitkering plaatsvinden en er is de mogelijkheid de AOW-uitkering tussentijds aan te passen. 

Pensioen in de Wet op de loonbelasting 1964
Naast een wijziging van de AOW, wijzigt ook de Wet op de loonbelasting 1964. De pensioenrichtleeftijd gaat al in 2014 omhoog van leeftijd 65 naar leeftijd 67. De pensioenrichtleeftijd stijgt dus in een keer met twee jaar. Vervolgens wordt ook de pensioenrichtleeftijd afhankelijk gemaakt van de levensverwachting. 

Wijzigingen in de Wet inkomstenbelasting 2001
De laatste wijziging die hier wordt genoemd, is de wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001. Met ingang van 2014 wordt de opbouw van de oudedagsreserve verlaagd van 12% naar 11,2% van de winst. Gaat de AOW-leeftijd met een jaar omhoog, dan gaat de opbouw met 0,4% omlaag. Ook de maximale lijfrentepremieaftrek voor de jaarruimte wordt in 2014 verlaagd van 17% naar 15,8%. Dit percentage wordt elk jaar dat de AOW-leeftijd vanaf 2020 stijgt verlaagd met 0,6%. Voor de berekening van de reserveringsruimte blijft het percentage van 17% gelden. Daarnaast wordt bij de berekening van de maximale jaarruimte de zogeheten factor A vanaf 2014 7 keer meegenomen in plaats van 7,5 keer. Zo wordt rekening gehouden met de verlaagde pensioenopbouw die het gevolg is van de hogere pensioenrichtleeftijd. 
Het wetsvoorstel regelt niet een wijziging van de toegestane lijfrentevormen. Voor oudedagslijfrentes geldt dus vooralsnog dat deze niet later kunnen ingaan dan in het jaar waarin de belastingplichtige 70 jaar wordt en de tijdelijke oudedagslijfrente mag niet eerder ingaan dan in het jaar waarin belastingplichtige 65 jaar wordt. Bij de parlementaire behandeling is toegezegd dat hiervoor nog een afzonderlijk wetsvoorstel komt. Het wetsvoorstel ligt nu bij de Eerste Kamer. De Eerste Kamer kan wetsvoorstellen alleen in zijn geheel goed- of afkeuren.

« Terug naar het nieuwsoverzicht
Ik zoek informatie